Overwinterende vliegen

De naam alleen zegt eigenlijk alles al. Overwinterende vliegen gaan in het najaar, zodra de temperatuur daalt, op zoek naar een overwinteringsplek waar ze tot aan de eerste zonnestralen in het voorjaar zullen verblijven.

Overwinterende vliegen kunnen massaal, soms wel met duizenden, gebouwen binnenkomen en hierdoor zeer grote overlast veroorzaken. Ze geven de voorkeur aan hoge gebouwen ( bijv. flatgebouwen en kerktorens) en zullen dan meestal op de hoogste punten aan de zonzijde hun rustplaats vinden. Tevens hebben ze de voorkeur ieder jaar weer op dezelfde plek terug te komen. De vliegen zijn meesters in het binnendringen van gebouwen door de kleinste openingen.

Soorten
Tot de groep van overwinterende vliegen behoren de klustervlieg/clustervlieg, herfstvlieg en grasvlieg. Naast de vaak grote hoeveelheid aanwezige exemplaren, hebben de vliegen een aantal uiterlijke kenmerken waaraan ze te herkennen zijn.

Kenmerken
Klustervlieg
Veel goudkleurige haartjes op de bovenzijde van het borststuk.
Lengte ca. 8 mm.

Herfstvlieg
Geelkleurig achterlijf met zwarte streep over de rug 
Lengte ca. 6-7 mm lang.

Grasvlieg
Geel met drie zwarte strepen op borststuk en glanzend.
Ca. 3 mm lang.

Weringsmaterialen en behandeling
Het plaatsen van goede weringsmaterialen kan voorkomen dat overwinterende vliegen gebouwen binnen kunnen komen. Als blijkt dat ze toch binnen zijn gekomen, dan zijn deze hinderlijke insecten door middel van een behandeling met een insecticide goed te bestrijden. 

Tip 
Ruim dode vliegen op om stank en overlast van andere plaagdieren te voorkomen!