Belangrijk nieuws over leverbotbesmetting

Keerzijde nieuwe natuur en vernatting

Met het toenemen van nieuwe natuur (greppels) en vernatting, neemt ook de aanwezigheid van leverbotten en ontwikkeling tot infectieuze stadia toe. In combinatie met de grote hoeveelheden neerslag in het afgelopen jaar, is dit jaar een besmetting te verwachten. Zelfs in gebieden waar leverbot voorheen niet werd waargenomen.
Feit is: hoe natter het land, des te hoger het risico op besmetting.

Leverbotinfecties zorgen voor verlies in groei, in weerstand en melkproductie. Reden genoeg om leverbot zoveel mogelijk te voorkomen. 
Ondanks een goed weidemanagement ontkomt een veehouder er vaak niet aan, zijn vee te behandelen.

Bestrijding blijkt niet altijd eenvoudig. De ingewikkelde infectiecyclus in combinatie met een beperkt aanbod van de juiste middelen roept vragen op. Veel veehouders zijn terughoudend in het gebruiken van medicatie, en daarnaast ontbreekt het veelal aan voldoende informatie en juiste diagnose.

Wat is leverbot precies?

Leverbot is een parasiet. Meestal een chronische aandoening bij melkvee. De volwassen leverbot leeft in de galwegen en lever van een gastheer. Daar produceren ze duizenden eitjes, die daarna via de mest het lichaam verlaten. Ze hebben dan een tussengastheer nodig (in dit geval de leverbotslak Galba truncatula). Zo zorgen ze dat larven zich aan de waterkant kunnen hechten aan planten. Als daar dan vee staat te grazen en de plantjes opnemen, raken ze besmet. De larven van de slak komen vrij in de darm, doorboren daar de darmwand en buikholte en dringen zo de lever binnen. Daar groeien ze en tasten ze het leverweefsel steeds verder aan. Zonder die slak loopt de cyclus dood. Bestrijding bestaat daarom uit het nemen van preventieve maatregelen, in combinatie met de behandeling van besmette dieren.

Tussengastheer

Leverbotslak: Galba Truncatula

  • Huisjesslak
  • Maat afhankelijk van leeftijd slak
    • 1-7 mm hoog
    • 0.5-3 mm breed
  • Windingen getrapt, diep
  • Opening rechts
  • Navel aanwezig
  • Geen sluitplaatje

Het leverbotslakje Galba truncatala (bron: Provinos Schapenadviesgroep)

Preventieve maatregelen: 

  • Vee tijdig opstallen;
  • Natte percelen bij voorkeur niet meer beweiden na 1 augustus; 
  • Geen schapen weiden op natte percelen, ook niet in de winter. Alleen schapen inscharen die afdoende zijn behandeld tegen leverbot; 
  • In kaart laten brengen op welke percelen de tussengastheer de leverbotslak voorkomt;
  • Op natte percelen de drainage verbeteren of de waterstand verlagen (indien mogelijk);
  • Frezen van de greppels in juli/augustus.

De levenscyclus van leverbot




De levenscyclus van leverbot (bron: GD Diergezondheid)

Tribex versus Distocur

  Tribex Distocur
Doeldiersoort Rund Rund
Schaap
Werkzame stof Triclabendazol (100 mg/ml) Oxyclozanide (34 mg/ml)
Resistentie Resistentie is niet gerapporteerd. Nog geen resistentie gerapporteerd.
Toediening Suspensie voor oraal gebruik. Suspensie voor oraal gebruik.
Indicatie 1. Ter behandeling van acute, subacute en chronische fascioliasis, veroorzaakt door vroeg onvolwassen, onvolwassen en volwassen stadia van leverbot (Fasciola hepatica) gevoelig voor triclabendazol.
1. Behandeling van infecties veroorzaakt door het volwassen stadium van Fasciola hepatica, gevoelig voor oxyclozanide.
2. Eliminatie van volgroeide lintwormsegmenten (Moniezia spp.).

Dosering Rund:
6 ml per 50 kg LG

Rund: 3 ml per 10 kg LG
Rund >350 kg: 103 ml Distocur

Schaap: 4,4 ml per 10 kg LG
Schaap >45 kg: 20 ml Distocur

Dosering praktijk Rund:
100 kg = 12 ml
200 kg = 24 ml
300 kg = 36 ml
400 kg = 48 ml
500 kg = 60 ml
600 kg = 72 ml
Rund:
100 kg = 30 ml
200 kg = 60 ml
300 kg = 90 ml
>350 kg = 103 ml
Niet doorrekenen boven 350 kg
Gebruik tijdens dracht Veilig Veilig
Wachttijd

Vlees en slachtafval: 56 dagen.

Melk: niet goedgekeurd

Bij niet-lacterende runderen: melk mag pas 84 uur na het afkalven worden gebruikt. Niet toedienen binnen 41 dagen voor afkalven. Wanneer het afkalven binnen 41 dagen plaatsvindt mag de melk pas worden gebruikt na een periode van 41 dagen plus 84 uur volgend op de behandeling.

Rund:

Vlees en slachtafval: 13 dagen.

Melk: 4,5 dagen (108 uur).

Schapen:

Vlees en slachtafval: 14 dagen.

Melk: 7 dagen (168 uur).


Kanalisatie REG NL 113586 URA REG NL 119191 URA